WSD Hout 6012

De Participatieloterij: ruim € 6 miljard aan budgetten te verdelen

De Participatiewet heeft veel overhoop gehaald op het gebied van aangepast werk en re-integratie. Dat geldt zeker ook voor de financiering ervan. Continu stellen gemeenten zich de vraag of de budgetten toereikend zijn. Kernwoorden zijn: bezuinigingen, ingewikkelde en nieuwe verdeelmodellen die steeds wijzigen. De budgettoekenning van het rijk aan gemeenten lijkt daarmee op de uitslag van een loterij. Het toegekende budget is steeds weer een verrassing en de winnaar van nu lijkt de verliezer van morgen. Het gevolg is onzekerheid en terughoudendheid bij de het realiseren van Participatiebanen.

Auteur:


Rob Vorstenbosch

Rob Vorstenbosch

Financieel directeur

Bekijk volledig profiel

Per 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Gemeenten waren al verantwoordelijk voor mensen in de bijstand. Onder de Participatiewet krijgen gemeenten daar de verantwoordelijkheid voor mensen die voorheen instroomden in de Wsw (Wet sociale werkvoorziening) en de Wajong werkregeling bij. Tegelijkertijd nemen de middelen om mensen naar werk te begeleiden sterk af.

Bezuiniging op de Wsw

Met de inwerkingtreding van de Participatiewet per 1 januari 2015 is de instroom in de Wsw en de werkregeling Wajong gestopt. Voor de mensen die in de Wsw werken verandert er niets. Zij behouden hun baan en hun rechten. Omdat er geen nieuwe instroom is, neemt het aantal af en over circa 30 jaar zijn alle SW-ers uitgestroomd en stopt de regeling. In de tussentijd wordt op de Wsw een budgetkorting toegepast van ca. 15%. De vergoeding per SW arbeidsplaats neemt af van ruim € 27.000 in 2010 naar een kleine € 23.000 vanaf 2020. Een bezuiniging die in 2020 ca. € 300 miljoen oplevert voor de rijksoverheid. Dit naast de besparing door de uitstroom van ca. 5.000 SW-medewerkers per jaar. Dat levert voor het rijk ook nog eens € 125 miljoen per jaar op.

Bezuiniging op het re-integratiebudget gemeenten

Gemeenten beschikken over een zogenaamd Participatiebudget (ook wel re-integratiebudget of werkdeel genoemd) dat bedoeld is om mensen in de bijstand te ondersteunen in hun traject naar werk. Dat kan zijn scholing, sollicitatietraining, of een re-integratietraject. Op dit budget is en wordt fors bezuinigd. In 2009 was er landelijk ruim € 1,5 miljard beschikbaar. In 2017 is dat nog maar een derde deel, ca. € 0,5 miljard.

Bezuiniging op de Wajong

De bezuiniging op de Wajong werkregeling levert, omdat er geen instroom meer is, jaarlijks € 15 miljoen op voor de schatkist. Uiteindelijk bespaart het rijk zelfs bijna € 1,2 miljard.

Financiering Nieuwe doelgroep

Zoals gezegd is vallen de meeste mensen die voorheen in de Wajong werkregeling en Wsw zouden stromen nu onder de Participatiewet. Dit is de zogenaamde “nieuwe doelgroep”. Het rijk stelt hiervoor extra budgetten beschikbaar aan de gemeenten. Deze zijn fors lager dan hetgeen beschikbaar was voor de oude regelingen Wsw en Wajong werkregeling.


De financiering van de nieuwe doelgroep is gebaseerd op loonwaarde en begeleidingsbehoefte. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hebben een verminderde loonwaarde. Dat wil zeggen dat zij niet in staat zijn om zelfstandig het wettelijk minimum loon te verdienen bij een reguliere werkgever. Om hen toch een kans op de arbeidsmarkt te bieden, wordt de verminderde productiviteit gecompenseerd door een loonkostensubsidie. De hoogte ervan wordt vastgesteld door een objectieve loonwaardemeting (over hoe dat gaat heeft Kees Brugmans onlangs een blog geschreven). Daarnaast heeft de nieuwe doelgroep begeleiding nodig. Vaak zal deze door een sociaal werkbedrijf of een re-integratiebedrijf geboden worden. Ook dat kost uiteraard geld.

Tot slot zijn aan de uitvoering de nodige (administratieve ) kosten verbonden. Het gaat dan om het rechtmatig verstrekken van loonkostensubsidies, deeluitkeringen en de verantwoordingen ervan. Hiervoor ontvangen gemeenten ook een vergoeding.

Het gaat dus om drie landelijke budgetten, die door de rijksoverheid alle drie anders verdeeld worden over de gemeenten:

1. Budget voor loonkostensubsidie: dit budget wordt toegevoegd aan het zogenaamde Inkomensdeel van de gemeente, ook wel BUIG-budget genoemd. Dit budget kennen gemeenten al langer. Hier worden traditioneel de bijstanduitkeringen van betaald. Onder de Participatiewet worden hier ook de loonkostensubsidies van betaald. Het gaat landelijk om ca. € 5,6 miljard.

2. Om de begeleiding van de nieuwe doelgroep te bekostigen worden middelen toegevoegd aan een ander budget dat de gemeenten al kennen: het participatiebudget (voorheen ook wel werkdeel genoemd). Dit budget bedraagt ruim € 0,5 miljard.

3. Tot slot ontvangen de gemeenten in hun Algemene uitkering een vergoeding voor de (administratieve) uitvoering.

Maar is er genoeg budget?

Deze vraag kent een aantal invalshoeken. Macro lijkt het een sluitend verhaal. De opbrengst van het werk van de nieuwe doelgroep plus de loonkostensubsidie lijken voldoende om het loon van de nieuwe doelgroep te betalen. De subsidie voor de begeleiding en uitvoering lijken ook voldoende.

Hierop valt het een ander af te dingen. Uit landelijke berekeningen van onder andere Capel Advies, blijkt dat er te weinig rekening is gehouden met overige werkgeverskosten. Dat varieert van kosten van huisvesting en machinekosten tot pensioenlasten, CAO-kosten boven het minimum loon en zaken als reiskosten. Gemiddeld is er een tekort van ca. € 3.000 per persoon. Na anderhalf jaar ervaring met de uitvoering van de Participatiewet blijkt deze berekening aardig te kloppen.

Een andere invalshoek is die van een individuele gemeente. Stel dat er landelijk genoeg budget is, dan heeft een bepaalde gemeente dat nog niet. Met dit onderwerp zijn we beland in de zeer complexe wereld van de landelijke budgetverdeling. De landelijke budgetten worden via zogenaamde objectieve verdeelmodellen verdeeld over de individuele gemeenten. Objectief wil zeggen dat een gemeente ze niet zelf kan beïnvloeden door bijvoorbeeld een bepaald beleid te voeren.

Verder is het zo dat alle drie de budgetten een eigen verdeelsystematiek kennen. Dus een gemeente met bijvoorbeeld 100 mensen van de nieuwe doelgroep kan zomaar wel voldoende budget hebben voor de loonkostensubsidie, maar niet voor de begeleiding en de uitvoering. Wat dan ook niet helpt is dat dat voor een gemeente niet na te gaan is, omdat met name voor het Inkomensdeel deze specificatie ontbreekt.

Fouten, herverdeling en blijvende onzekerheid

Vervelend en uiterst onhandig is dat voor de twee belangrijkste budgetten, Inkomensdeel en Participatiebudget, recent de verdeelmethodes op de schop zijn genomen. Dit leidt bij beide verdeelmodellen tot kinderziektes. Bij het inkomensdeel ging het in 2016 mis voor met name gemeenten met veel alleenstaanden en bij het participatiebudget ging het voor 47 kleine gemeenten bijna helemaal mis. Door een fout in het model zouden zij met ingang van 2018 helemaal geen budget meer krijgen voor de begeleiding van hun bijstandontvangers. Gelukkig is dit recent gerepareerd.

Omdat de verdeelmodellen de komende jaren nog aangepast worden, is het voor gemeenten zeer moeilijk om ook maar één jaar vooruit te kijken. Tegelijkertijd wordt van hen en van werkgevers verwacht om meerjarige afspraken te maken en structurele uitgaven aan te gaan. Structurele uitgaven omdat een fors deel van de nieuwe doelgroep een vaste dienstbetrekking aangeboden zal moeten worden als na twee jaar de maximale termijn van de wet Flex en Zekerheid is benut.

Gevolgen: minder participatiebanen en financiële risico’s

Naast deze financiële onzekerheid spelen er nog andere risico verhogende factoren voor een werkgever, zoals loondoorbetaling bij ziekte van de werknemer. Het gevolg is dat werkgevers vrijwel geen mensen uit de nieuwe doelgroep van de Participatiewet in dienst nemen. Zij opteren voor detachering en lopen daarmee geen financiële risico’s en behouden de mogelijkheid van flexibiliteit (op- en afschalen van personeel).

De sociale werkbedrijven hebben hierop ingespeeld door deze detacheringsmogelijkheid aan te bieden. Hiermee zijn toch nog een flink aantal arbeidsplaatsen voor de nieuwe doelgroep gerealiseerd. Al zijn dat er fors minder dan waar alle betrokken partijen op gerekend hadden. Bovendien zijn de risico’s met de detacheringsmogelijkheid niet verdwenen. Die liggen nu bij de sociale werkbedrijven en de gemeenten.

Winnend lot?

In het najaar ontvangen de gemeenten hun budgettoekenning voor het Inkomensdeel, het grootste en belangrijkste budget onder de Participatiewet. Niet minder dan € 5,6 miljard wordt verdeeld over de gemeenten. Geen gemeente weet wat het zal worden. Winnen we dit jaar? Of horen we bij de verliezers? Vervolgens kunnen ze de balans opmaken over wat dat betekent voor de uitvoering. Tot volgend jaar, tot de volgende ronde, want dan geldt weer: nieuwe ronde nieuwe kansen!

Auteur:


Rob Vorstenbosch

Rob Vorstenbosch

Financieel directeur

Rob Vorstenbosch is financieel directeur bij WSD en heeft al... Bekijk volledig profiel

Reacties (3)

Angela Linders

Wat hou ik toch van die financiële mannetjes. Dank voor deze samenvatting waar ik in de uitvoering mee aan de slag kan.

Hans Goedvriend

Rob,
Een goede samenvatting van wat er allemaal speelt op politiek niveau en alle gevolgen er van.
Het geeft een goed beeld van alle onzekerheden in deze tijd t.a.v. gemeenten en daarbij natuurlijk ook voor WSD.
P-wet proof worden met alle onzekerheden is een prestatie van jewelste.
Dank voor de heldere uiteenzetting.

Claudia de Leeuw

Rob, dank voor je heldere uitleg van deze ingewikkelde problematiek!

Laatste blogs

26 november 2019

In december 2018 is het participatiebedrijf in Haaren van start gegaan. Het participatiebedrijf, met de naam ‘Participatie Werkt! in Haaren’...

Participatiewet
Gemeenten

Suheyla Yalcin

Suheyla Yalcin

Trajectconsulent/Yalla!Coach

07 juni 2019

Op 1 januari 2021 wordt de nieuwe inburgeringswet ingevoerd. Gemeenten krijgen de regie over inburgering en begeleiden nieuwkomers zodat ze...

Gemeenten
Werkgevers
Inburgeren
Vergunninghouders

Dorette Kipperman

Dorette Kipperman

Trainer/Coach en docent Nederlandse taal

18 september 2018

Mensen die werken hebben duidelijk een betere gezondheid, zowel fysiek als psychisch. Werk draagt bovendien aantoonbaar bij aan geluk. In...

Participatiewet
Gemeenten

Arco Diepeveen

Arco Diepeveen

Projectleider
Renate Reijmers

Renate Reijmers

Organisatieadviseur